De historie van Falkland

Nel Spaans, 1951

Nel Spaans, 1951

De inmiddels rijke Falkland historie begint 10 oktober 1924; een vijftal leden van de ‘Propagandaclub voor Staatspensionering’ besluit op eigen benen te gaan staan. Toon de Gier, eerste voorzitter, zijn vrouw en zijn zuster Jo Joosten-de Gier richten samen met de heren Koch en Rossenbacker de Arbeiders Toneel Vereniging Falkland op. De namen van beide clubs komen ons aan het eind van de twintigste eeuw natuurlijk heel gedateerd over maar geven juist daarom al een treffend stuk tijdsbeeld. Deze Arbeiders Toneel Vereniging stelde zich ten doel: Meer en uitgebreider werk te verrichten op sociaal terrein. Ook wilden zij de toen bestaande misstanden helpen bestrijden. Kijk, dat is nog eens wat anders dan een ‘toneelstukkie’ spelen.

Schandaal!

De keus voor het eerste stuk viel op ‘Allerzielen’ van Heijermans. De maatschappijkritische stukken van Heijermans leenden zich bij uitstek voor het verheven doel van de kersverse vereniging, die al snel 10 geestverwante leden groot was. Repetitie- en speelruimte werd de uitspanning De Rustende lager. Er werd vergunning aangevraagd en verleend door de toenmalige burgemeester Nic. Van Foreest. Dit ondanks het protest van de uitbater van de ‘Rus’ die vroeg om intrekking van deze vergunning. En een protestbrief van de rooms-katholieken aan de Kroon! De uitvoering ging door, maar wel met dichtgespijkerde ramen en onder politiebewaking! Toch konden ook deze maatregelen niet voorkomen dat er ruiten sneuvelden.

Falkland had haar bestaansrecht verworven en onder de bezielende leiding van de legendarische regisseur Bep Rossenbacker speelde men vele stukken in en buiten Heiloo. Met de bus of vrachtwagen naar Schagerbrug, Winkel, Heerhugowaard, Castricum of Egmond. Toneelties zonder aankleding, spelers die alles zelf moesten regelen en opbouwen. Zo kon het gebeuren dat een zaaleigenaar boos het toneel opkwam met het dreigement: “En nou stil, aars blijft het zeil omlaag!” Met ups en downs en Rossenbacker als spil bleef ATV. Falkland in de eerste decennia een productieve club. Het kwam voor, dat men drie verschillende toneelstukken per week speelde! Jarenlang heeft de later beroemde André Carrell deel uitgemaakt van de vereniging.

Zware tijden

Na de oorlog overleed Rossenbacker en werd Guus Spruyt met succes de vaste regisseur. In de jaren vijftig beleefde de vereniging zijn dieptepunt. De enkele leden stonden overal alleen voor: bestuurstaken, decor, publiciteit, zaaldienst en spel. Het ontbrak er net nog aan dat zij zelf in de zaal zaten. Het is aan die enkele doorzetters te danken dat de vereniging nu nog bestaat. In een tijd van opkomende televisie hadden toneelverenigingen het maar moeilijk. Daar waar andere toneelverenigingen zoals ´Het Ontluikend Roosje´ gedwongen waren te stoppen, wisten deze doorzetters de boel toch draaiende te houden.

Het veertigjarig jubileum was weer een grote opsteker. ‘Op Hoop van Zegen’ van Heijermans werd ten tweede male op de planken gezet. De jonkies van de eerdere productie waren de oudjes van nu; oud-voorzitter en oprichter De Gier als Cobus en zijn zuster Jo Joosten-de Gier als Knier. Enkele jonkies waren toen Martin Affourtit als Barendje en Annie Gilles-Kesselaar als Jo. We zouden nog van hen horen!

De jaren zeventig brachten weer wat lichtpunten. Met het 45-jarig jubileum in 1969 waren er alweer 15 spelende leden. Het Asta-theater werd de nieuwe accommodatie en onder voorzitterschap van Martin Affourtit werden er kinderstukken op het repertoire genomen.

Groei en bloei

Inmiddels was er, behalve de naam Arbeiders Toneel Vereniging en een blijvend respect voor Heijermans, geen laaiend socialistisch vuur meer in de club. Een halve eeuw na de oprichting is Falkland al een heel stuk eigentijdser geworden. Nog wel met verloting in de pauze en bal na. Maar in de loop der jaren zou ook dat veranderen, zoals vele zaken. Men stapte af van het gegeven van een vaste regisseur, het stenciltje werd drukwerk en de Asta werd vervangen door de Beun. Het doorzettingsvermogen en enthousiasme van deze kleine groep volhouders heeft gezorgd voor een levendige vereniging met groeiende reputatie, ledental en donateursbestand. Er werden en worden 4 á 5 producties per jaar gespeeld, met als voordeel dat de spelers voldoende kans hebben om te spelen, maar ook met het gevolg dat er een compleet bedrijf ‘gerund’ moet worden.

Nog altijd is het spelen bij Falkland Toneel zoals de vereniging inmiddels heet, meer dan een ´toneelstukkie´ spelen. Niet meer met een socialistische bevlogenheid, maar wel met een vastberaden inzet om van iedere productie iets heel moois te maken. Met plezier werken aan een goed stuk toneel in al haar facetten en je publiek daar enthousiast voor krijgen, dat is de drijfveer. Er is niet meer een klein ploegje mensen dat alles zelf moet doen, maar een vereniging waar veel mensen met veel inzet op verschillende fronten in touw zijn. Veel Falklanders doen riant meer dan spelen alleen, omdat toneel maken meer is dan spel alleen.